BOKSEN, ACHTERGROND INFORMATIE

Boksen als Lichaamsbeoefening
Het boksen als lichaamsoefening legt het accent op de bokstraining, die om haar totale karakter gewaardeerd wordt. Het zal natuurlijk bovenal beoefend worden door hen die daarvoor lichamelijk en geestelijk het meest geschikt zijn. Bij het boksen immers is het hele lichaam in aktie, er wordt veel spierarbeid verricht, hetgeen een intensivering betekent van het zenuwstelsel, de ademhaling en de bloedsomloop. Bovendien moeten het skelet en de organen een grote belasting kunnen opbrengen. Door bokstraining treedt een vergroting van het fysiologisch prestatievermogen op. Dit is één van de redenen dat zoveel recreatiesporters in deze tijd, waarin overal reclame gemaakt wordt voor het bewegen en trimmen, kiezen voor de bokssport. Opgemerkt dient hierbij te worden dat de bokssport niet bij uitstek geschikt is voor krachtpatsers. Integendeel, iedereen (dit geldt ook voor vrouwen) kan leren boksen, hetgeen zeer belangrijk is. In een tijd dat het gevoel van onbehagen op straat steeds groter wordt, doordat de criminaliteit toeneemt.

Boksen is een spel van methodisch vechten, waarbij aanwezige krachten doelmatig moeten worden gebruikt. Iemand die snel en beweeglijk is heeft veel voordeel op iemand die alleen maar groot en sterk is. Het maken van punten is in de wedstrijdsport het belangrijkste en wordt gewaardeerd, terwijl het als een wildeman in het rond slaan zonder doel te treffen misschien wel spectaculair kan zijn, maar niet voor waardering in aanmerking komt. Ook een harde stoot heeft een gelijke waardering ten opzichte van een zachte stoot, het raken telt, niet de kracht.
Het waarderen van een k.o. in een overwinning heeft uitsluitend ten doel de competitie mogelijk te maken. Een bokser die k.o. gaat krijgt namelijk een startverbod en bij het niet waarderen van de k.o. kan men twee sporters verliezen voor langere tijd, hetgeen een competitie onmogelijk maakt.

Het niet waarderen van een k.o. zou inhouden dat de man, die de meeste punten heeft, tot winnaar verklaard zou worden. Indien deze man echter k.o. zou zijn gegaan, krijgt deze een startverbod van tenminste acht weken in verband met gezondheidsbescherming. Zou zo”n man winnaar worden, dan moet de compititie minimaal acht weken worden uitgesteld, hetgeen de kampioenschappen tot ”een gebed zonder einde” zou maken. Dit en uitsluitend dit is de reden dat een k.o. in onze sport niet weg te denken is, al zouden wij dit willen.

Sparren
Het sparren dient om wedstrijdsituaties na te bootsen of dicht te benaderen, waarbij de kracht van de stoot moet worden ingehouden. Sparren moet niet ontaarden in een wilde knokpartij. Vooral bij de jeugd die zich zelf nog willen bewijzen, loopt het nogal eens uit de hand. Het belangrijkste van het sparren is iets te leren van elkaar en je kan niet iets leren van iemand die alleen maar probeert je kop eraf te slaan. Je bokst niet ”tegen” iemand, maar je bokst ”met” iemand! Het is niet de bedoeling om iemand als wandelende stootzak te gebruiken.
Menige goede bokser is op de training ”vermoord”, dat wil zeggen, dat het soms zo hard toe gaat dat een hoop goede recreanten wegblijven voor het te ruwe spel; wat nooit de bedoeling mag zijn van een bokstraining. Niemand leert iets van harde stoten. Je moet ook tijdens het sparren er geen wedstrijd van maken. Er zijn verschillende manieren om te sparren.

Spelboksen:
De naam zegt het al, spelboksen is gewoon lekker op je benen gaan, dingen proberen die je in de training hebt geleerd. Veel stoten zonder hard te raken. Goed bewegen. Maar er samen een spel van, bewegen, dreigen, schijnstoten, enz. Reageer op je partner”s stoten, ook al raak je hem niet. Probeer eens een stoot uit.

Conditiesparren:
Veel stoten, afwisselend met opdrachten, zoals lijf aan lijf, sjouwen, linker directen bij elkaar, een serie stoten, snelle stootwisseling tussendoor.

Technisch sparren:
Met opdrachten, zoals vooruit boksen, achteruit boksen, linksvoor zowel rechtsvoor staan, ringopdrachten, vanuit het midden boksen, vastzetten, verplaatsen, enz.
Bij het sparren in de ring moet de trainer er altijd bij zijn, er voor opletten dat het niet uit de hand loopt. Hij dient ook tijdig in te grijpen als het te hard gaat.
Sparren in de ring kan alleen maar goed gaan als beide jongens goed getraind zijn en kunnen luisteren, ook bij zogenaamde Amerikaanse rondjes, waarbij meerdere tegenstanders in de ring staan, moet er goed geluisterd worden. Het belangrijkste van het sparren is het leren van elkaar, geven en nemen. Het sparren moet altijd met grote handschoenen worden gedaan, om blessures te voorkomen. Boksen is het spel van missen en raken, niet alleen van hard raken. Beweeglijkheid en stootsnelheid zijn belangrijk, niet de harde stoten.

De Ring
Een ring heeft vier hoeken, twee neutralen (de witte) en twee gekleurde (rode en blauwe hoek), waar de boksers voor, tijdens en kort na de wedstrijd zitten. Bij een hoek waar een bokser staat, rood of blauw, moeten steeds aanwezig zijn: een emmer water, een fles water en, soms zie je het nog wel eens bij profs, een bak met hars.

Helpers
In een officiële bokswedstrijd, die in de ring wordt gehouden, heeft iedere amateurbokser recht op bijstand van twee helpers. Eén van de helpers moet gediplomeerd zijn. Eén daarvan mag niet in de hoek van de bokser komen, doch moet zich bepalen tot het aanreiken van water, spons en andere dingen. Ook het schreeuwen of aanwijzingen geven vanuit de hoek is niet toegestaan.

De taak van de secondant
Een secondant (helper) moet de bokser naar de ring begeleiden. Hij moet hem voor de partij en in de pauze tussen de ronden raad geven en verfrissen. Een goede helper is van belang voor een bokser. Hij kan deze zelfvertrouwen geven, hem wijzen op tactische fouten en een aandeel hebben in de verloop van de partij.
Sommige helpers zie je in de hoek tekeer gaan als een gek. Zodra de bokser zijn hoek benadert, begint hij al te schreeuwen en te tieren, het ene scheldwoord na het andere komt er uit en vooral hard, zodat de zaal hem ook goed kan horen.

Hulpmiddelen
Deze middelen worden vaak vergeten, waardoor er soms onnodige blessures ontstaan.

Laten we beginnen met het hoofd:
De bokskap. Deze beschermer is tegenwoordig verplicht bij alle wedstrijden. De bokskap geeft geen volledige bescherming van het hoofd en neemt ook niet alle schadelijke gevolgen van een harde stoot weg. Een harde stoot op het hoofd dreunt zo hard, dat met of zonder kap de gevolgen gelijk blijven. De bokskap is zuiver bedoeld om blessures te voorkomen.

De mondbeschermer:
De mondbeschermer is bedoeld om de onderkaak en de bovenkaak vast op elkaar te houden. Zij geeft steun aan het gebit en ook aan de onderkaak. Ook voorkomt een goede mondbeschermer beschadigingen aan lippen en tong. Draag altijd je mondbeschermer, ook tijdens het stoten zetten, ten eerste voor de gewenning en ten tweede, een ongelukje is zo gebeurd. Met een bitje in houd je ook sneller je kaken op elkaar. Wie wel eens een stoot heeft gehad terwijl hij zijn mond open had, zal dat niet gauw meer vergeten. Dagen doet het pijn als je je voedsel moet kauwen.

Bandages:
Bandages dienen om de handen te beschermen en de vingerkootjes en handwortelbeentjes steun te geven, dit om blessures te voorkomen. Bandages zijn niet bedoeld om de stootkracht te vergroten, doch dienen uitsluitend ter bescherming van de handen. Zij geven steun aan de pols en voorkomen ontwrichtingen van de duim en vingers.

Doe ze nooit te strak, daarmee bind je de bloedcirculatie af.
Het bandageren is een moeilijk werkje wat in het begin nogal wat problemen geeft. Er zijn verschillende manieren om te bandageren. De regelementen van de boksbond schrijft dit voor. Voor elke hand mag een bandage worden gebruikt van maximaal 2.50 meter lengte en 5 cm breedte. Rekverband mag maximaal 2 meter lang zijn en 5 cm breed. Belangrijk is dat je ook goed je duim mee doet.

De schaambeschermer of tokkel:
Ook de schaambeschermer is bij het wedstrijdboksen verplicht. Profs dragen hem tijdens de training ook vaak.

Materiaal
Handschoenen
Handschoenen zijn er voor bescherming van de boksers. Zonder handschoenen zouden er veel blessures ontstaan. Handschoenen geven het gewicht aan met de Engelse maat ounce (1 ounce = 28,35 gram). Er wordt met verschillende maten gebokst. Hoe groter het gewicht, hoe veiliger het is, dat wil zeggen, hoe zwaarder (dus meer vulling), des te meer bescherming.
Voor senioren (vanaf 18 jaar) is het het veiligst om met 16 ounce handschoenen te trainen.

Voor aspiranten mag het 12 tot 14 ounce zijn. Het vertraagd wel iets de snelheid van een stoot als je met zware handschoenen traint, maar liever iets trager dan iets gevaarlijker.
Wedstrijdhandschoenen zijn afhankelijk van de klasse – amateur of prof – tussen de 8 (beroeps) en 10 ounce (amateurs). Je kunt je voorstellen dat met handschoenen van 8 ounce veel sneller een k.o. valt dan met 16 ounce. Het sparren is dan ook verplicht met 16 ounce handschoenen.

Zakhandschoenen of punches
De naam zegt het al: zakhandschoenen voor op de zakken en ballen. Ze dienen als bescherming voor de handen tijdens de training op bal en zak. Onder deze zijn ook weer verschillende, met zelfs gewichtjes aan de polsen ingebouwd.

Baths
Het stoten op de baths is vooral goed om reactie en stootkracht te vergroten. Bij het aanbieden van de baths moet er snel worden gereageerd. Er moet zowel voor als achteruit worden gestoten. Goed verplaatsen hierbij is heel belangrijk. Een man die de bal vasthoud ”stuurt” de man die stoot. Blijf goed volgen – een goede conditiestraining.

De klok
Ook heel duidelijk aanwezig is de klok. Geheel automatisch geeft hij de werktijd (3 minuten) en de rusttijd (1 minuut) aan.

Hulpmiddelen:
De hulpmiddelen worden gebruikt om zoveel als mogelijk is, de in de training gebruikte noodzakelijke bewegingen te verbeteren. Het doel is hoofdzakelijk conditie en techniek te perfectioneren en in te slijten. De hulpmiddelen zijn onder andere:

Het touwtje:
Touwtje springen is een zeer nuttige oefening bij de bokstraining, vooral voor het verbeteren van het uithoudingsvermogen, het overbrengen van lichaamsgewicht op de voeten, souplesse van de voet en het been.

Zakken:
De stootzak wordt gebruikt om de gehele serie geleerde stoten in te slijten, de stootsnelheid te verbeteren en voor het vergroten van de stootkracht.

Top en bodembal:
Wordt gebruikt als snelheidstraining voor de directe stoten, hij beweegt naar alle kanten, goed voor de timing en goede afstand. Maar, omdat er veel mis wordt gestoten, is de kans op blessures groot.

Punchbal:
Klein, snel peertje wordt hoofdzakelijk gebruikt om te leren de handen hoog te houden.

Medicinbal:
Geschikt om rechte stoten te oefenen op timing en stootkracht. Ook goed om te leren achteruit te stoten.

Gewichtsklassen:
Amateurboksers worden onderverdeeld in 10 gewichtsklassen, te weten:
Tot 48 kilo – lichtvlieg gewicht ( papier gewicht )
Tot 51 kilo – vlieg gewicht
Tot 57 kilo – veder gewicht
Tot 60 kilo – licht gewicht
Tot 64 kilo – lichtwelter gewicht
Tot 69 kilo – welter gewicht
Tot 75 kilo – midden gewicht
Tot 81 kilo – halfzwaar gewicht
Tot 91 kilo – zwaar gewicht
< 91 kilo – superzwaar gewicht

Bij de professionals hebben ze meer klassen hier spreken ze over pounds in plaats van kilo’s:
Heavyweight over – 200 lbs
Cruiser weight 176 – 200 lbs
Light heavyweight 161 – 175 lbs
Super middelweight 160 – 168 lbs
Middel weights 148 – 160 lbs
Super welterweight 148 – 154 lbs
Welter weight 136 – 148 lbs
Super lightweight 135 – 140 lbs
Light weight 127 – 135 lbs
Super featherweight 126 – 130 lbs
Feater weight 119 – 126 lbs
Super bantamweight 118 – 122 lbs
Batam weight 113 – 118 lbs
Super fly 112 – 115 lbs
Fly weight 105 – 112 lbs

Is Wedstrijdboksen alleen voor krachtpatsers ?!
Boksen kan onder één van de vermoeiendste takken van sport gerekend worden. Het is niet alleen lichamelijk zwaar, maar ook een zware geestelijke uitputting. Het constant zoeken naar openingen, het alert blijven, je dekking hoog blijven houden en dan nog het vermogen moeten hebben om pijn en soms bloederige blessures en zelfs een mogelijke k.o. te moeten ondergaan. Dat alles vergt nogal wat.

Een bokser kan er perfect uitzien, lichamelijk goed getraind, een goede conditie bezitten, goed kunnen stoten, goed kunnen sparren en een goed team achter hem hebben staan. Dat alles maakt toch nog geen goede bokser van hem. Een bokser moet compleet zijn, omdat het bij het boksen om twee mensen gaat, die direct met elkaar geconfronteerd worden. Boksen is niet alleen een lichamelijke strijd. We hebben boksers gezien die lichamelijk helemaal ”stuk zaten”, maar toch weigerden op te geven. Neem de partijen Ali-Frazer, een grote lichamelijke slooppartij, zeker de eerste ontmoeting, waar Ali zelfs met een gebroken kaak doorbokste en Frazer na de partij in het ijs werd gelegd omdat alles hem pijn deed, maar toch weigerde een van beiden op te geven. Dat zijn complete boksers. Over de gezondheid hiervan wil ik het niet hebben, maar hieruit blijkt wel dat als het niet tussen de oren zit, je het nooit red.

Ook zijn er boksers die met een lichaam van een jonge god de ring instappen, één bonk spieren, en er dan weer even snel uit geslagen worden door een tegenstander die je op zicht geen dubbeltje zou geven. Boksers die weken lang keihard trainen, dagen voor een wedstrijd ermee bezig zijn en dan in de ring niets presteren, na twee rondjes helemaal stuk zitten.

Neem sommige tegenstanders van Tyson, twee koppen groter, zwaarder, langere armen, en in de eerste ronde vallen ze als ee nboom. Ik heb jongens gekend die op de training de sterren van de hemel boksten en in een wedstrijd er niets van bakten.

Toch een teken dat boksen niet voor krachtpatsers is, dat lichamelijke kracht niet alles is. Werken lichaam en geest niet samen, dan ben je geen complete bokser. Want boksen is niet alleen een lichamelijke strijd, maar ook een psychische, en dat is, gelukkig, niet alleen weggelegd voor krachtpatsers.

Aspiranten Boksen
Het boksen is in Nederland één van de meest beveiligde sporten (want waar vind je een verplichte arts aanwezig bij een sport), scheidsrechters die onmiddellijk ingrijpen enz.

Het aspirant boksen zit gelukkig weer in de lift, na een diepgang, zeker in die tijd van toen het kickboksen opkwam (iedereen wilde ineens kickboksen), lag in deze groep het wedstrijdboksen op zijn kont. Maar iedere maand bij de wedstrijden komen er weer nieuwe jongens bij. Bij het aspirant boksen wordt er streng op toegezien dat het niet te hard gaat en er zeker geen k.o. voorkomt. Het belangrijkste bij het aspirant boksen is de techniek, die wordt door de jury ook het meest beloond in de vorm van een overwinning of als beloning een stijlprijs. Stoten naar het lichaam, directes met gestrekte arm, niet knokken, goed op de benen gaan, zijn de technieken die bij het aspirant boksen het belangrijkst zijn. Let op!: harde stoten worden niet gewaardeerd en bij herhaaldelijk hard stoten volgt een vermaning tot zelfs een diskwalificatie (hoewel ook de scheidsrechters steeds meer toestaan). Bij het aspirant boksen is er geen klasseindeling, zoals bij de junioren en senioren. Bij het samenstellen van de partijen wordt gelet op de leeftijd, het gewicht en het aantal gebokste partijen. De leeftijdindeling is sinds kort veranderd en wel op de volgende manier.

Het amateurboksen wordt in Nederland, nergens anders, in verschillende categorieën verdeeld. Een bokser die voor het eerst de ring in gaat kan niet tegen bijvoorbeeld een jongen boksen die zes of zeven kilo zwaarder is of tegen iemand die al drie of meer partijen gewonnen heeft. Hieronder de indelingen bij het amateurboksen in Nederland.

Leeftijden bij de amateurs wedstrijdboksen:

* aspiranten, 12 t/m 16 jaar
* junioren, 16 en 17 jaar
* senioren, 18 t/m 34 jaar

Klasse-indeling bij amateurs:
aspirantboksers worden niet verdeeld in klassen.

Juniorboksers zijn als volgt verdeeld:

  • N(ieuwelingen) die nog geen drie wedstrijden hebben gewonnen.
  • Junior C-klasse zijn de junioren die 4, 5 of 6 wedstrijden hebben gewonnen.
  • Junior B-klasse zijn de junioren die 7, 8, 9 of 10 wedstrijden hebben gewonnen.
  • Junior A-klasse zijn de junioren die 11 of meer wedstrijden hebben gewonnen.

Klassenindeling
Seniorboksers zijn als volgt onderverdeeld:

  • Senior N(ieuwelingen) klasse zijn de senioren die nog geen 3 wedstrijden hebben gewonnen.
  • Senior C-klasse zijn de senioren die 3 t/m 7 wedstrijden hebben gewonnen.
  • Senior B-klasse zijn de senioren die 8 t/m 12 wedstrijden hebben gewonnen.
  • Senior A-klasse zijn senioren die 13 of meer wedstrijden hebben gewonnen.

Duur der ronden bij junioren:
A-klasse: 3 x 3 minuten;
B-klasse: 3 x 3 minuten;
C-klasse: 3 x 2 minuten;
N-klasse: 3 x 2 minuten.

Duur en aantal rondes bij senioren:
A-klasse: 3 x 3 minuten;
B-klasse: 3 x 2 minuten;
C-klasse: 3 x 2 minuten;
N-klasse: 3 x 2 minuten.

Tussen de rondes geldt te allen tijde 1 minuut rust.